Een historische interne tussenstand (7 mei)
De interne competitie '17/'18 van RSR Ivoren Toren is toe aan zijn laatste loodjes. In de komende weken wordt beslist wie er clubkampioen wordt en welke spelers er uit groep 2 naar de voorronden CL gaan promoveren. Samen met 12 spelers uit de middenmoot van de grootste gevangenis die RSR rijk is, niet voor niets Minor geheten.

In die Minor zijn de kaarten bovenin wel geschud. Sebastiaan Janse gaat deze met overmacht winnen. Het grote gemak waaarmee hij zijn zetten speelt, voorspelt dat hij met een enorme groeispurt bezig is. Aan veel voorbereiding doet hij niet en tot voor kort wist hij vooral te imponeren met heel snel spel. Maar tegenwoordig neemt hij ook wel eens zijn tijd voor een zet en dat zijn dan ook meteen de betere. Zo moest ook Keet ondervinden. Die stond dan wel een paar maanden op kop door een tussensprintje van 6 uit 6 en vooral door ver voor de troepen uit te lopen, maar door nederlagen tegen Maarten en Sebastiaan is hij weer helemaal zijn normale zelf. Nog deelt hij de tweede plaats met Paul Tromp, maar met veel minder verliespunten kunnen Michael Fung en Bahman Radfar deze twee nog makkelijk achterhalen. Bahman maakt een prima debuut in de Minor, speelt zelden saaie partijen, gaat altijd recht op zijn doel af en schuwt tactische spektakels niet. Natuurlijk heeft Bob Hoos met even weinig verliespunten als Fung nog best kans op een hoge klassering, maar moet dan wel nog 7 potjes in de resterende 8 speelavonden zien te persen.

Aan de onderzijde van de Minor is voorlopig nog weinig beslist. Shakir en Leo Veth hebben tot nu het meest te lijden van het geweld, waarin iedereen van iedereen kan winnen. 8 spelers moeten de 5 puntengrens nog nemen, meest waarschijnlijk de kritieke ondergrens om degradatie te ontlopen.

Alsof de tijd heeft stilgestaan, zien we in Groep 2 Wijnand Dobbinga en Ed van Doorn aan kop gaan. De wetenschap dat hij komend seizoen niet hoeft op te draven in die vermaledijde voorrondes van de ChampionnenLeg geeft Wijnand vleugels. We moeten er ernstig rekening meehouden dat hij zijn voorlopig laatste kunstje in standplaats Rotterdam wil opluisteren met een kampioenschap om op die lauweren te gaan rusten in een wat zuidelijker gelegen havenstad, al weten we niet of hij daar nieuwe evenwichten niet zal verstoren. Zoals gebruikelijk houdt hij het spannend, want Ed van Doorn, Circe Janse en Herman van Malde zitten hem op de hielen met slechts 1 resp. 2 partijen minder gespeeld. Circe zet zwakkere (jeugd)spelers met groot gemak van het bord, maar tegen iemand als Rob van der Lee is een achteloos weggegeven pionnetje er toch eentje teveel, zoals afgelopen vrijdag bleek. Of Joaquin, Joop of Lee nog roet in hun eten gaan gooien, blijft komende weken een open vraag.

Helemaal deja vu is de Champions League. Hier lijkt zich een ouderwetse race om de titel te ontspinnen, die gaat tussen clubiconen Spaan en Plas. Al is clubkampioen Joost van Rosmalen met slechts een half verliespuntje meer dan Plas zeker niet kansloos. Spaan was in 2000 voor het laatst clubkampioen en voor Plas is dat alweer 20 jaar geleden. Nog verder terug in de tijd moeten we gaan - van 1984 tot 1994 - toen beiden beurtelings voor die titel gingen, om een soortgelijke race te zien, die Rene Tiggelman en Herbert van Buitenen elk slechts 1 maal wisten te verstoren.

De spanning is om te snijden, want in de CL worden vrijwel geen remises gespeeld. Slechts 6 van de 42 tot nu toe gespeelde partijen eindigden in remise, waarvan Jason Zondag de helft voor zijn rekening nam. Hij kan nog een beslissende rol gaan spelen, want moet tegen zowel Plas als Spaan nog 1 partij spelen. Voor Dick en Maxim zit er geen 50% score meer in, maar Paul Batenburg en Philip Westerduin kunnen daar nog voor gaan. Het ziet er naar uit dat de laatste partij in deze groep op 15 juni gespeeld zal worden, maar de kans is vrij groot dat de clubkampioen dan allang bekend zal zijn, dwz in mei. (Keet)